Te vaak wordt een PDF verkeerd aangeleverd voor drukwerk. Terwijl het zo eenvoudig kan zijn om het goed te doen. Met dit artikel wil ik je wat bijbrengen over drukstandaarden. Zodat je probleemloos je PDF kunt aanleveren voor druk- en printwerk.

PDF/x is er voor jou

PDF/x is zo’n standaard. De X staat voor Blind Exchange: dat een drukkerij jouw bestand blind kan ontvangen en verwerken omdat het voldoet aan een afgesproken standaard. PDF/x ‘klinkt’ niet als drukwerk. Daarom kiezen heel veel mensen in InDesign de exportinstelling die ‘Drukwerkkwaliteit’ heet. En dat is fout. En daarom dus dit stukje.

Ben je nog nieuw in PDF? Kijk dan even bij de curus Acrobat Introductie.

Waar moet een PDF aan voldoen als ie drukklaar is?

Waarschijnlijk weet je dat al. Maar ik zal een lijstje maken. Misschien is het een opfrisser voor het geheugen. Het zijn algemene eigenschappen, sommige zijn verbonden aan de PDF/x-standaard.
  1. Kleurruimte CMYK. Een PDF die gedrukt wordt, moet in CMYK zijn opgebouwd. Er mag in bepaalde gevallen ook Pantone in voorkomen. Dat is een extra drukgang. Maar RGB kleuren mogen niet. Want daar werkt een drukker niet mee. Jouw RGB foto’s moeten omgezet worden naar CMYK. En de drukker wil het niet doen, want als het niet naar je zin is, heeft hij het veroorzaakt. Dus de drukker vindt dat je zelf maar de kleuren moet omzetten naar CMYK. Doe je dat fout, dan is dat in ieder geval zijn schuld. Over hoe dat gaat, kan ik een heel boekje opendoen. Maar daar gaat dit artikel over.
  2. Een PDF heeft een uitvoerintentie. Daarmee vertelt ie voor welk type drukwerk hij gemaakt is. Je kunt de uitvoerintentie lezen in Acrobat Professional, als je het deelvensterUitvoervoorbeelder bij haalt. Er zijn een aantal types drukwerk, aangeduid in papiersoorten. Je moet dus bij het maken van PDF al weten voor welke papiersoort je kiest.
  3. Loopt de foto of het kleurvlak tot aan de rand van de pagina, dan is er een zogeheten Trimbox aanwezig en een Bleedbox. Bleed is de extra ruimte om de pagina heen, die er na het drukken weer wordt afgesneden. Er bestaat ook een Artbox, maar die wil de drukker niet tegenkomen in je PDF. InDesign regelt dat allemaal, als je wil. Gewoon starten bij PDF/x.
  4. Hieronder nog een aantal eigenschappen van de PDF. InDesign regelt ze automatisch.
    1. Lettertypen moeten ingesloten zijn. Anders moet de drukker zelf zijn eigen voorraad lettertypen raadplegen, en er kan een verschil bestaan tussen jouw lettertype en die van hem. Dan kun je tekstverloop krijgen, en dat wil je niet. Onder het Bestandsmenu, Eigenschappen, bij het tabblad Fonts, kun je zien of elk lettertype als font is ingesloten. Als subset of als geheel font: beide is goed.
    2. Een PDF moet een interne titel hebben. Niet dat hij dan beter te drukken is, maar het is gewoon handig voor de workflow van de drukker. Die titel vind je als je de Eigenschappen opvraagt van een PDF (zit in Acrobat onder het Bestandsmenu).
    3. Er is een aanmaak- en bewerkingsdatum bekend. Die vind je ook onder het menu Bestand, Eigenschappen, in Acrobat. Daar drukt ie niet beter van, maar in geval van aanpassingen weten we in ieder geval wat de originele versie is.
    4. Een PDF/x bestand vertelt welke soort PDF/x hij is. Want er zijn meerdere soorten. Die PDF/x-verklaring kun je zien in Acrobat onder de Eigenschappen, in het tabblad Eigen.

Meerdere PDF/x soorten

Er zijn inderdaad meerdere soorten PDF/x. Dat is al zo sinds 2001. Er zijn er momenteel maar twee belangrijk: versie 1a en versie4. Die leg ik eerst uit. 

PDF/x1a

PDF/x1a is een PDF die geen RGB mag bevatten. CMYK en Pantone mag nog wel. Er mag ook geen transparantie in bestaan. Alle doorzichtige elementen worden afgevlakt: je ontwerp ziet er nog hetzelfde uit, maar het is niet meer transparant. Helemaal niet erg, zolang het maar goed gedrukt wordt.

PDF/x4

PDF/x4 is er een waar nog RGB in mag bestaan, en ook transparantie. Voor een drukker mag die RGB wel achterwege blijven, maar die transparantie vindt hij wél belangrijk. Want als transparantie mag blijven is je PDF achteraf nog eenvoudiger aan te passen. Bijvoorbeeld voor een tekstcorrectie. Of de kleuren moeten worden aangepast omdat je niet bewust was van de papiersoort waarop het gedrukt moet worden. De drukker heeft dan grotere kans dat ie het succesvol kan aanpassen.

Als je een PDF/x-4 instelling krijgt van de drukker, zal daarin gekozen zijn om de RGB kleuren om te zetten naar CMYK. Dan is dat euvel in ieder geval uit de wereld (ze wijken daarmee bewust af van de opties die PDF/x4 biedt). En er mogen lagen gebruikt worden in de PDF/x4-standaard. Dat kun je handig gebruiken voor taalwissels, of voor een laag waar de stansvorm in staat.

PDF/x2

PDF/x2 is eigenlijk het tegengestelde van PDF/x1a. En die wordt door niemand gebruikt. Daarin mogen juist geen CMYK kleuren bestaan. Er is alleen ruimte voor RGB en Pantone. Zie het maar als een theoretisch model, want geen enkele drukker wil werken met deze standaard. Zwart in een RGB-foto moet je omzetten als CMYK, maar zwarte tekst moet je weer omzetten als enkel K (zwarte inkt). Lastig, lastig. InDesign kan hem gelukkig ook niet maken.

PDF/x3

PDF/x3 is een variant waarbij RGB wel is toegestaan, maar transparantie niet. Ga er van uit dat drukkers niet een RGB-PDF willen omzetten naar CMYK. Die verantwoordelijkheid leggen ze bij de ontwerper.

PDF/x5

PDF/x5 is een standaard waarbij variabele data (of andere externe bestanden) kunnen worden samengevoegd met de PDF. Denk maar aan gepersonaliseerd drukwerk, waarbij alleen de tekstgegevens nog worden toegevoegd aan een brief. InDesign kan zo’n bestand nog niet aanmaken. Dus daar heb ik het verder niet over.

InDesign houdt zich aan de regels

Het is allemaal wel heel technisch he? Maar het blijkt in de praktijk erg mee te vallen. Want je moet gewoon voor een PDF/x-standaard kiezen in InDesign. En InDesign doet de rest. Al die 7 punten waaraan je PDF moet voldoen? Gaat in één keer goed.

Eigen verantwoordelijkheid, extra vereisten

Natuurlijk moet je zelf ook zorgen voor een aantal zaken. InDesign zorgt dat je bestand voldoet aan de PDF/x norm, zelf zorg je voor de volgende zaken:

  • dat je voldoende resolutie in je foto’s hebt. Dat valt buiten de reikwijdte van InDesign.
  • Zorg dat je foto’s niet tot aan de rand van de pagina staan, maar daar net een paar millimeter overheen. Dat extra stukje kan de drukker straks wegsnijden.
  • En je moet niet heel kleine lettertjes gebruiken die niemand nog kan lezen. Of kleine lettertjes in twee of meer drukkleuren.
  • Of te dunne losse lijntjes: die vallen weg in het drukwerk.
  • Dat je ontwerp nergens te veel inkt heeft. Hoe veel precies, dat wordt bepaald door de papiertypes.

Hou je aan de basis van PDF/x

Je exporteert naar PDF met PDF/x als basiskeuze. InDesign houdt zich heel goed aan de regels die er zijn voor deze standaard. Er zijn zat drukkerijen die graag van jou een PDF/x1a-bestand ontvangen. En er zijn er die al overweg kunnen met de transparantie uit jouw ontwerp, maar onder voorwaarde dat alles al wel in CMYK staat. Je mag dan starten met PDF/x4, zolang je ook maar in het tabblad Uitvoer kiest voor kleuromzetting: omzetten in doel (kleurnummers behouden). En daaronder kies je dan het CMYK dat hoort bij de papiersoort waarop je gaat drukken. Als je daarover geen flauw idee hebt, is CoatedFogra39 een veilige keuze. Maar liever nog overleg je even met de drukkerij: dan kunnen zij het ook goed produceren voor jou.

PDF/x4 standaard, maar dan zonder RGB

Nog meer over hoe je PDF maakt?

Focus eerst op die PDF/x. Maar er valt ook wat te vertellen over hoe je de kleuromzetting precies maakt. Dus hoe je van RGB naar CMYK gaat.

En nou geen foute PDF meer maken. Het is allemaal niet ingewikkeld. Dat lijkt het maar. Komt doordat de term PDF/x je niet zo veel zei. Maar dat is nu voorbij.

Laat knoppen zien
Verberg knoppen